Buitenland

De Amerikaanse president Trump lijkt op oorlogspad. Na eerder deze week tot twee keer toe gedreigd te hebben met forse maatregelen als Noord-Korea de VS nog langer zou bedreigen, richtte de president zijn pijlen gisteren op Venezuela. Hij stelde dat Amerikaanse militaire actie in dat land een optie was om de politieke crisis te bezweren. 

Trump lijkt zijn strenge waarschuwingen te menen. Hij zegt zelfs dat zijn uiting aan Noord-Korea misschien niet ver genoeg ging:

Ferme taal die zowel in Noord-Korea als in Venezuela niet goed is ontvangen. De Venezolaanse minister van Communicatie noemde de uitspraak ‘de grootste bedreiging aan het adres van Venezuela’ en de minister van Defensie sprak zelfs van ‘een daad van gekte en vergaand extremisme’. In het conflict met Noord-Korea heeft China inmiddels de rol van sussende mediator op zich genomen. 

Stevige uitlatingen

Het is niet voor het eerst dat Trump zich stevig uitlaat. In april dit jaar veroordeelde hij president Assad van Syrie voor de chemische gifaanval, in mei gaf hij tijdens een bezoek aan Saudi-Arabie Iran een veeg uit de pan, riep hij op tot boycot van het land en liet hij China weten dat ze ‘haar' regio in de tang moest houden. 

Wat wil Trump met deze oorlogstaal? Is hij echt van plan om in te grijpen of is het slechts taal voor de bühne om zich neer te zetten als sterke leider? En is duidelijke taal niet juist effectiever dan de zachte diplomatieke taal? We spreken erover met Amerika-deskundigen Koen Petersen en Frans Verhagen.