Buitenland

In Mosul woedt de eindstrijd tegen IS in volle hevigheid. Bij deze strijd vallen veel slachtoffers die in de schaarse ziekenhuizen worden behandeld. In deze ziekenhuizen werken ook een aantal Nederlandse hulpverleners, onder wie Guido Versloot van het Rode Kruis. De stroom slachtoffers blijft onophoudelijk doorgaan. Dag in, dag uit. 

Guido leidt ons door het ziekenhuis, dat maar voor een deel in werking in. Terreurorganisatie IS was hier eerder de baas, maar toen het werd verjaagd zijn de bovenste verdiepingen van het hospitaal afgebrand. “En dat is dit nog één van de gebouwen die nog wel recht overeind staan”, zegt Guido, terwijl hij in een zwartgeblakerde afdeling staat.

Hij neemt ons mee door het ziekenhuis, terwijl de lampen af en toe uitvallen. “Dit zijn korte uitvallen”, zegt hij opgelucht. “Soms duurt het wel een half uur en moet je met een zaklamp je werk doen.”

In het ziekenhuis komen veel patiënten uit IS-gebied, die ook eerder door leden van IS zijn behandeld. Ron van Doorn, een chirurg die een jongen opereert, ziet dat dit niet goed is gebeurd. “Ik moet nog meer amputeren”, zegt hij terwijl hij boven zijn patiënt hangt.

Op de vraag of de patiënt misschien een IS-strijder kan zijn, geeft hij een nuchter antwoord. Hij weet het niet en hoeft het ook niet te weten, voor hem zijn dit allemaal patiënten die hulp nodig hebben.

De eindstrijd bij Mosul levert veel slachtoffers op, ook onder de burgerbevolking. En die zal nog lang lijden, meent Guido als hij naar de horizon kijkt waar zwarte rookwolken omhoog kringelen. “Mensen komen in hun huizen waar IS boobytraps heeft, kinderen spelen met explosieven die overal liggen. "De ellende is nog lang niet voorbij voor de mensen. De oorlog is wel bijna voorbij, maar de ellende nog niet.”

0 reacties
Wil je ook reageren ga dan naar Facebook
Kijk & Lees: Nederlandse artsen in de hel van Mosul