Buitenland

Een reguliere baan is niet aan ze besteed. Peter en Dave, 25 en 27 jaar oud, gaven hun veilige leven op om aan het front in Irak gewonde strijders te helpen die vechten tegen terreurorganisatie IS. En dat doen ze nu al maandenlang.

Terwijl de kogels over hun hoofden fluiten en mortiergranaten om hen heen inslaan, schuilt de groep vrijwilligers tussen een paar auto’s. Hun post hebben ze ingericht aan het front, tussen twee bataljons Koerdische Peshmergastrijders in. Ze hebben net een aantal gewonden geholpen en het wachten is op de volgende patiënten. 

“Moderne oorlogsvoering is nieuw voor de Koerden. Op 3000 strijders zijn er maar 3 ambulances. En ze hebben iets wat op een verpleger lijkt. We zijn hier echt onderbemand”, zegt Peter Reed, die werk voor een Sloveense NGO die medici stuurt naar rampgebieden. De groep vrijwilligers is doodmoe. Omdat IS constant aanvalt vallen er veel gewonden. Daarnaast is de spanning om te snijden, omdat de post telkens wordt beschoten. 

“Het is duidelijk dat IS nog lang niet weg is. Ze zijn met weinig, maar ze zijn erg fanatiek. De strijders hebben hier echt meer steun uit de wereld nodig”, zegt Dave, die zich opwerpt als geestelijk verzorger en assistent en zich heeft aangesloten bij een Koerdische organisatie. “En als de strijd voorbij is tegen IS, dan blijven we hier. Want de Koerden hebben meer vijanden, ze hebben onze hulp nodig”. 

Journalist Wladimir van Wilgenburg maakte aan de frontlinie een portret van de vrijwillige artsen. Donderdagavond in EenVandaag.

6 reacties
Wil je ook reageren ga dan naar Facebook