Buitenland

Rebellengebied Aleppo staat op vallen

Het Syrische regeringsleger kreeg maandag een groot deel van het door rebellen beheerste Oost-Aleppo in handen. De Noord-Syrische stad was een belangrijk bolwerk van de rebellen, maar de ene na de andere verdedigingslinie stort ineen.

Frankrijk vraagt vandaag een spoedzitting aan van de VN-Veiligheidsraad over de toestand in Aleppo. De Franse minister van Buitenlandse Zaken Jean-Marc Ayrault stelt dat er een eind moet komen aan de vijandelijkheden en dat er ongehinderd humanitaire hulp moet worden verleend. 

Het oostelijke deel van de stad is zwaar verwoest door luchtaanvallen van de regeringstroepen  en inwoners hebben een gebrek aan basisvoorzieningen zoals water, voedsel, elektriciteit en geneesmiddelen. Journalist Zouhir Al Shimale is in Aleppo en EenVandaag spreekt hem over de situatie daar. Er is veel chaos op de straten omdat burgers het offensief van het leger proberen te ontvluchten.

Vanuit Aleppo twittert Al Shimale over wat hij in Aleppo ziet gebeuren:


Bekijk rechtsboven de Twitter timeline van Al Shimale.

De journalist heeft het idee dat het nog tien dagen zal duren voordat de overheid het totale rebellengebied over zal nemen. Het kan volgens hem ook niet veel langer duren, want alle voedselvoorraden raken op. Zelf eet hij per dag één bord rijst of linzen. Ander eten is niet meer te krijgen. Hij is bang opgepakt te worden als de overheid de controle overneemt over zijn wijk. Dan zal hij in de gevangenis belanden. “Dat zou een nachtmerrie zijn die mijn leven lang zal duren en waaruit ik dan niet meer wakker kan worden."

Thuisstudie voor Syrische kinderen

Het conflict in Syrië sleept voort en ook het onderwijs lijdt daaronder. Op dit moment gaan er ruim twee miljoen kinderen helemaal niet naar school. Daar komt bovenop dat één op de vier scholen in Syrië zijn gebombardeerd, beschadigd of omgebouwd tot opvanglocatie. Naar school wandelen is levensgevaarlijk door de sluipschutters. En dus zitten ruim anderhalf miljoen kinderen thuis niets te doen, sommigen al meer dan drie jaar.

Om hier iets aan te doen heeft kinderrechtenorganisatie Unicef een thuisstudie-pakket ontwikkelt. De zeventienjarige Falak is enthousiast. Ze woont op het Syrische platteland, op zo’n 30 kilometer buiten Aleppo. De afgelopen twee jaar moest ze op de vlucht voor het oorlogsgeweld in haar land en kon ze niet naar school. Het verhaal van Falak staat symbool voor dat van veel meer kinderen in Syrië. Nu probeert ze die achterstand in te halen door zichzelf - met een flinke portie optimisme - te onderwijzen. 

De Nederlander Bart Vrolijk runt in Syrië het onderwijsprogramma voor Unicef. Omdat het steeds lastiger is om toegang te krijgen tot bepaalde gebieden dwingt het hulporganisaties tot creatieve oplossingen. Een van die oplossingen zelfeducatie naar het voorbeeld van Falak.