Buitenland

Mustafa El Sagizli was eigenlijk computeringenieur, maar toen de opstanden in Libië in 2011 begonnen besloot hij zich aan te sluiten bij de 17th February Brigade in Benghazi. De groepering groeide uit tot de grootste verzetsbrigade tegen het bewind van dictator Muammar Khadaffi. 

Ten tijde van de val van Khadaffi was El Sagizli de tweede man van de brigade. Daarna besloot hij de wapens neer te leggen, iets wat zovelen in Libië niet gedaan hebben. 

Daarom probeert hij nu jongeren zover te krijgen de wapens neer te leggen in het inmiddels door chaos verscheurde land waar drie overheden proberen de algehele macht te verkrijgen, waar tientallen stammen en brigades nog steeds hun oorlogen uitvechten en waar IS voet aan de grond heeft gekregen.

Alternatief voor vechten 

De voormalig verzetsleider is nu directeur van het Libyan Program for Reintegration and Development, dat probeert om jongeren een economische toekomst te geven waardoor ze een alternatief hebben voor het vechten bij een brigade of het meewerken in de mensensmokkel. Want van de chaos in het land wordt ook dankbaar gebruik gemaakt door mensensmokkelaars. Tot nu toe maakten in dit jaar 160.000 Afrikanen de oversteek van Libië naar Italië. 3500 lieten daarbij het leven.

El Sagizli werkt dus aan ‘business incubators’, het creëren van mogelijkheden voor jongeren om te werken en een eigen bestaan op te bouwen. Vanuit die positie beziet hij de situatie in zijn land. En ondanks alle chaos weet hij toch positieve punten te benoemen. De Libische bevolking is jong en niet slecht opgeleid, er is volgens hem dus veel potentie. De Libische afdeling van Islamitische Staat had eerst op drie plaatsen voet aan de grond, maar is nu door Libische milities met behulp van Amerikaanse luchtsteun teruggedrongen tot slechts een wijk in de stad Sirte. Ook aan de komst van IS ziet El Sagizli iets positiefs: de jongeren die zich daartoe aangetrokken voelen hebben zich daarbij aangesloten, en de rest weet wat voor ellende er van komt. Dus de jongeren weten dat ze dat ook niet willen. 

Bemoeienis

Wel vindt Sagizli dat de bemoeienis van buitenlandse mogendheden niet altijd een positieve invloed heeft. Zo vindt hij dat landen moeten stoppen met het leveren van wapens aan Libische milities, “dat is brandstof in het conflict” zegt Sagizli. Daarnaast vindt hij het ook moeilijk om te begrijpen dat de Verenigde Naties, de Verenigde Staten en Europa The Government of National Accord Steunen en dat bijvoorbeeld Egypte en Saoedi Arabie The council of Deputies steunen, een overheid die zetelt in het oostelijke Tobruk en waar de gevechtsheer kolonel Haftar deel van uit maakt. Haftar diende ooit onder Khadaffi maar keerde zich later tegen hem, nu noemt hij zich zelf een tweede Al-Sisi, naar de generaal die in 2014 de macht greep in Egypte.

In EenVandaag een interview met Mustapha El Sagizli. Hij was deze week in Amsterdam om te spreken op een conferentie van ontwikkelingsorganisatie Spark. Daarnaast spreken we met minister Koenders over de situatie in Libië en wat Nederland daarin doet en kan doen.